Four Letter Word

Het is verzengend heet als ik mijn fiets tegen de gevel van Hotel The Grand smijt. Ik heb een afspraak met een superster. Mijn iPod maakt een abrupt einde aan Never Say Never, de come-backplaat van de Kim Wilde, die hier op de vierde verdieping audiëntie houdt. Ik ken haar nog uit de tijd van Rubik’s kubus, toen ze de zolderkamermuren van mijn schoolvriendjes sierde en de meisjes hun haar net zo blond bleekten. In die tijd was Kim Wilde een icoon, een  Sirene in  gebleekte jeans die mannen op drift deed slaan met haar foutloze popliedjes, ijl en schijnbaar moeiteloos ingezongen. Niets doet vermoeden dat ze twintig jaar later aan zangkracht heeft ingeboet: op de fiets probeerde ik te raden welke songs op Never Say Never nieuw en welke oud waren, maar ik kon ze niet van elkaar onderscheiden. Misschien klinkt op een iPod alles eigentijds.

Klokslag drie uur marcheer ik naar de receptie, waar het personeel me met geoefende nonchalance negeert. Ik check mijn mobieltje om urgentie uit te stralen als Daniëlle, het meisje van de platenmaatschappij, recht op me af komt huppelen. “Haihai, Kim loopt ietsjes uit en wil zich even opfrissen, maar over een kwartier ben je zeker aan de beurt. Spannend hè?” Mijn overhemd plakt tegen mijn oksels. Ik knik en speur naar een toilet; wil me ook even opfrissen…

“Spannend hè?” Daniëlle herhaalt haar mantra alsof ze me ergens van wil overtuigen. Ze leidt me naar de foyer. Daar word ik voorgesteld aan Nick, Kim’s manager, die zoals alle middelbare muziekbobo’s zijn midlife-crisis bevecht met Bono als voornaamste stijlwapen. Hij geeft een slap handje, veegt die met fladderende bewegingen af aan zijn vintage t-shirt en gaat snel weer zitten achter zijn laptop. “Nice to meet you”, probeer ik nog. Achter een lichtgetinte zonnebril vernauwen zijn ogen zich tot streepjes. “Yeah yeah”, smaalt z’n ringbaard. Zijn mobieltje trilt en opgelucht begint hij een mompelgesprek terwijl hij door zijn ongeopende email scrollt. Ik ga uit zijn blikveld zitten en vang iets op over “settling the German issue”. Met hulp van popnymf Nena en de Pruisische producer Joern-Uwe Fahrenkrog-Petersen richt Kim haar come-back kennelijk vooral op de Heimat, waar blond nog altijd heerst.

Spannend is het zeker, want ik kom hier met een verborgen agenda. In The Grand werkt namelijk een duizeligmakend mooie jongeman als kamermeisje. Ik ken hem uit de stad. Hij is de ware reden van mijn komst. Eerdere toenaderingspogingen in de kroeg zijn stuk voor stuk stukgelopen op een onthutsende klunzigheid mijnerzijds, maar nu ben ik voorbereid. Een journalist. Een onderzoeker. Een prof. Ik sta op en ga op zoek naar een toilet. Hoopvol drentel ik langs de kamers. Wie weet loopt hij voorbij in een nét iets te klein hoteluniformpje dat spant op de juiste plekken…

Niet de platinablonde megaster, maar juist de donkere verschijning van de kamerjongen doet me zweten als kaas in de zomerzon, denk ik als ik een handvol water over mijn gezicht plens. Ik begrijp nu welk Four Letter Word Kim bedoelde: niet ‘love’, ‘hate’, en zelfs geen ‘fu*k’, maar ‘Jeff’ is de lettercombinatie die het vocht langs mijn rug laat lopen [om reden van privacy geef ik hem hier een gefingeerde identiteit, maar zijn werkelijke naam is even kort en krachtig]. Hij loopt hier nu ook door de gangen, fantaseer ik, terwijl ik op weg terug naar de foyer links en rechts deuren probeer. Hotelseks heeft me altijd al opgewonden en de temperatuur lijkt nog verder op te lopen bij mijn verhitte herinterpretatie van het woord ‘roomservice’. Jeff heeft alle sleutels van alle kamers, dus ook die van Kim. Belangrijker nog: hij weet welke vrij zijn. Ik zie hem licht wiegend voor me liggen op de golfslag van een waterbed, gretig en bezweet – net als ik, maar dan minder klam. Naakt ook, met alles erop en eraan, gewillig en klantgericht zoals alleen Jeff dat kan zijn…

Dat interview met Kim Wilde begint steeds meer een hinderlijk obstakel te vormen voor wat ik beschouw als de full body treatment waar ik domweg recht op heb. Iedere seconde met die vrouw gaat van mijn tijd af, moet je maar denken. Achter Daniëlle lopen mijn bedompte voetstappen op het hoogpolige tapijt in de maat van de soundtrack van mijn hormoonspiegel: You came, and changed the way I feel / No one could love you more… Ik moet zo bij Kim naar binnen, maar Jeff is nergens te bekennen…

Daniëlle is over twintig “minuutjes” terug en draait de deur achter me op slot, want beroemdheden horen achter slot en grendel. Een verstikkende geur van stervende lelies vult de ijskoud geconditioneerde suite en ik aanschouw wat met ‘opfrissen’ wordt bedoeld: in een traag neerdalende wolk van rouge en foundation zit wat het persbericht omschrijft als ‘The Most Successful Female British Pop Star Ever’, blonder dan ooit in een zwart herenpak. Onder de pleistoceenlaag van make-up zijn nog net de contouren van de zangeres te zien, maar ze had ook Belinda Carlisle of die middelste Bananarama kunnen zijn. Haar leeftijd is onmogelijk te schatten. Ik heb nog geen vraag gesteld, maar dat blijkt voor haar geen enkele belemmering: “Ik heb een heel moeilijke verhouding met Kids in America”, zegt ze, om maar bij het begin te beginnen. “Voor dit album zijn al mijn oude hits opnieuw opgenomen, en samen met Ash-gitariste Charlotte Heatherley heb ik dat nummer opnieuw ingezongen. Het is heerlijk om samen de last van mijn eerste grote hit te dragen.”

…Ik hoopte dit soort cliché’s juist te vermijden door níet bij het begin te beginnen maar ergens voorbij de helft, voorbij haar haat-liefde-verhouding met de grote doorbraak. Die glanzende carrière, die geloof ik wel. Hoe eerder ik hier weg kan, des te meer tijd ik overhoud voor mijn rechtmatige tête-a-tête met Jeff in een vacante jacuzzi. Mijn plan is om de 14 nummer 1-hits, de tien miljoen verkochte albums, de Brit Awards en de tour met Michael Jackson allemaal over te slaan om direct door te steken naar haar neergang in de jaren negentig, want ik heb nog meer te doen. “Ik stond rond die tijd in het theater met de musical Tommy, raakte kort daarop zwanger en had het helemaal gehad met de muziekindustrie.” Haar ogen verraden een ver verleden, maar de kleilaag op haar gezicht geeft geen millimeter mee. “Achteraf zou je kunnen zeggen dat het een burn-out was. Ik was ontevreden, had nergens lol meer in en voelde me dáár dan juist weer schuldig om. Het is misschien een vreemde analogie, maar pas ná 11 september [2001] begon ik weer licht aan het einde van de tunnel te zien.” We zijn het er beiden over eens dat twee vliegtuigen in het WTC inderdaad een vreemde analogie zijn voor een zeer alledaags vrouwenprobleem. Ik zit hier toch niet om mee te jammeren over het eeuwige dilemma tussen kinderen en carrière? Ik zit hier voor mannenzaken! Dit lijkt me een uitgelezen kans om Jeff naar boven te roepen voor wat broodnodige ‘roomservice’ en een flesje water voor Kim. Plotseling – alsof mijn gedachten worden gelezen – zwaait de deur open. Ik kan mijn opwinding nauwelijks onderdrukken en kijk hoopvol om, maar in plaats van Jeff verschijnt het gezicht van Daniëlle die komt melden dat ik nog tien minuten heb.

“In die moeilijke periode heeft mijn tuin me enorm gesteund”, zegt Kim. De deur gaat weer dicht. Tuin? In eerste instantie mis ik haar punt volledig. Bij mij thuis is zelfs de taaiste cactus binnen een week morsdood. Bloemetjes, plantjes en stekkies kunnen me gestolen worden, maar dan schiet me te binnen dat ze een niet onverdienstelijke parallelle carrière heeft als landschapsarchitect. Haar boek Gardening with Children was een bestseller onder Britse huisvrouwen. Ik kijk door mijn oogharen naar haar op en zie de gewezen superster voor me met het haar in een knot, een leesbril, tuinhandschoenen en een heggenschaar. “Ook in die wereld werken gepassioneerde, idiote mensen, net als in de muziek. Door mijn werk in de natuur en met kinderen kreeg ik ook weer zin om muziek te maken.” Traploos schakelt ze uit de gevarenzone over naar het persbericht bij Never Say Never: “Het nummer Forgive Me gaat over milieuvervuiling. Ik ben blij dat ik daarmee een breed publiek kan bereiken, want ik voel me een activist. Ik heb meer dan 1000 bomen geplant. We kunnen het milieu redden.” De moed zinkt me in de schoenen. Natuurlijk, het milieu. Tegen zo’n politiek correcte autocue kan ik niet op. Louter veilige antwoorden. “Misschien wel”, werp ik tegen, maar je publiek is toch kleiner geworden. Het tijdperk van de superster is definitief voorbij. Is dat niet jammer voor de boodschap die je over wil brengen?” “Alles is cyclisch”, zegt ze. Om dat te weten, moet je stokoud zijn, denk ik. “De supersterren komen wel weer terug. Ik ben er klaar voor! Vroeger was ik een pop babe, en nu ben ik toch wat ruiger geworden. I finally embraced my inner rock chick! Ik denk dat ik er daarom nu meer van geniet dan 25 jaar geleden.”

Weer gaat de deur open. “Vijf minuten nog. Wil je gaan afronden?”, vraagt Daniëlle. Radeloos kijk ik mijn notities door. Een rock chick met een vouw in haar pantalon… Dit dreigt een rampzalige excercitie te worden. Tijd voor een wanhoopsoffensief: “Een nieuwe release gaat altijd gepaard met een schandaaltje”, opper ik hoopvol. “Een opname in een afkick-kliniek, een val uit een palmboom, een nieuwe – veel te jonge – liefde, allerhande misdragingen… Misschien kan ik u helpen met het verbouwen van deze hotelkamer? ‘Inner rock chick trashes hotel room’. Goeie pers!”, ratel ik en ben al onderweg naar het mediameubel. Als de flatscreen door het raam vliegt, komt het personeel vanzelf binnen en kan mijn liefdesmiddag na wat administratieve handelingen alsnog doorgang vinden. Maar Kim Wilde kent geen schandalen. “I guess I’m just not that kind of person”, zegt ze. Geen superster en geen rock chick. Geen Jeff en geen jacuzzi. Ik grijp naar mijn laatste redmiddel: de open kaart. “Mrs. Wilde, I write for a gay magazine. Heeft u hier toevallig een donkere jongen zien rondlopen? flap ik eruit. “Hij hoort bij het personeel, maar voor mij is hij een nieuwe ster. Hij is prachtig.” Maar Kim Wilde ziet geen personeel. Ergens voel ik me opgelucht dat haar smetteloze glamourgezicht geen enkele uitdrukking verraadt als ze voor het eerst tijdens het interview recht in mijn ogen kijkt. Een korte, bijna berustende stilte. We weten allebei dat dit het einde is. “Misschien moet jij ook eens gaan tuinieren”, zegt ze. Ze geeft me een ferme handdruk en voor ik het weet, sta ik weer buiten. In de gangen dwaal ik rond, nog steeds op zoek naar mijn Four Letter Word, maar onvermijdelijk richting de uitgang, langs kamers die voor mij gesloten blijven.

Een onverdoofd gecastreerde versie van dit interview verscheen in WinQ magazine op 1 november 2006. In het opvolgende nummer is een verklaring opgenomen waarin de auteur nadrukkelijk afstand neemt van deze censuur door de hoofdredactie.

One Response to Four Letter Word

  1. Dirk Johan Klanker says:

    A.,

    Dit is dus de ongecensureerde versie? Waar had Wanq dan problemen mee? Ik snap het niet. Het is toch een briljant stuk?

    Kus,

    DJ

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: