Networkers Anonymous

Je bent wie je kent. Wie vooruit wil in het leven, moet handen schudden, kaartjes ronddelen, kletsen en luisteren. Wie gemakkelijk nuttige contacten opdoet, zaait zijn toekomstige succes. Maar de grootste en meest succesvolle netwerker van Nederland is verdwaald in zijn eigen netwerk. Credits achterhaalde de vaderlandse opperconnector niet in een kantoortoren, op de golfbaan of een herenclub, maar in de gevangenis, doodop en moegestreden: “Ze hebben me kapot gemaakt”.

Illistratie: Arjen van Lith

“Vroeger kreeg ik nog wel eens een kaartje… Nu stuurt niemand meer een kaartje.” Hoewel ik hem recht in de ogen kijk en zijn oprechte teleurstelling zie, klinkt zijn stem mijlenver weg, als een live-verslag van een correspondent in Afghanistan. Hoewel ik recht tegenover hem zit, reduceert het kogelvrije glas in de bezoekersruimte hem tot een eendimensionaal televisiebeeld. Af en toe verbeeld ik me dat zijn gezicht schokkerig beweegt – asynchroon met zijn stem – als een gebrekkig weergegeven Wolf Blitzer in ruwe pixels via video-phone.

Maar dit is niet Afghanistan of Irak, al heeft alles met alles te maken. Dit is een zwaar beveiligd penitentiair vlot, een onneembaar drijvend gevangenisfort in de haven van de Nederlandse stad R. En ik kijk niet naar Wolf Blitzer, maar recht in de zwartbebrilde ogen van cliënt RS45.679//AA, die hier een “licht programma” volgt met weinig bewaking, maar maximale isolatie. Bij het bewakingspersoneel is hij bekend als Monsieur Claude[i], nooit beroemd maar veel gezien, alom bekend als de man die iedereen kent. En toch – of misschien juist daarom – noemen we hem hier bij deze geleende naam, Monsieur Claude, of kortweg Claude. Omdat ook u hem ongetwijfeld eens bent tegengekomen. Hij is de man op de achtergrond van elke nieuwsfoto. Onscherp maar frontaal, de blik consequent strak op de lens gevestigd. Hij is gefotografeerd achter prins Willem-Alexander op het World Water Forum in Mexico City, en op de Bouw RAI naast Kay van de Linde, toen Rita Verdonk haar privé-campagne lanceerde. Op de set van Zwartboek, bij de opening van het Academisch Jaar in Amsterdam, in Phoenix met Sumner Redstone van Viacom, hun rechterhand opgestoken in een corna[ii]. In Parijs naast Nina Brink, beiden met opgeheven duimen, gekleed in een War Child t-shirt, zijn ogen geen moment van de camera afgewend. Netwerken is zijn raison d’être, en hij beweegt zich net zo gemakkelijk in de wereld van de media als die van het durfkapitaal, de kraakbeweging, de politiek of de wetenschap. Misschien communiceert u wel eens met hem via het web, op zijn forum voor genieën, of zat u naast hem en raakte uw knie de zijne bij de uitreiking van de Effies. Misschien bent u zijn beste vriend. Hoe dan ook, ik wil niemand in verband brengen met zaken die mogelijke rechtsvervolging met zich meebrengen. Uiteindelijk zijn we allemaal betrokken.

Enerzijds zit Monsieur Claude nu ruim twee weken in preventieve bewaring omdat zijn werkelijke naam in teveel duistere zaken opduikt. Officieel wordt hij nergens van beschuldigd, maar volgens de Officier van Justitie in de stad A. heeft hij “een vastgoedborrel teveel gedronken” en is het veiliger om hem voorlopig “droog te leggen”, voordat Willem Holleeder een Joego op hem af stuurt. Die tijd wil het OM gebruiken om zijn netwerk in kaart brengen en zijn psychologische profiel opmaken. Er is nu al een verzoek tot verlenging van zijn verblijf ingediend, want alleen al het leegtrekken van zijn Blackberry zal minimaal 2 maanden in beslag nemen.

Er mogen geen foto’s gemaakt worden, maar voor de zekerheid draagt Monsieur Claude een asblonde pruik met vlechten, een zware bril, uitgevoerd met haakneus en nepsnor. Een beveiligingscamera aan het plafond snort geamuseerd en bepaalt met minuscule bijstellingen zijn witwaarde op de pruik, het kopje steeds iets kantelend, als een geïntrigeerde labrador. Hij doet denken aan een broodnuchtere carnavalsvierder na sluitingstijd, maar toch gaat er een zekere eminentie van hem uit. Een waardige kin, vlekkeloos geschoren en bruinverbrand, een versgetrimde, witgrijze snor en kaarsrechte, blinkende tanden. Zijn handen zijn smetteloos en rimpelvrij, net als zijn overhemd, das en helrode pull-over van de Society Shop. Met zijn 55 jaar maakt hij de indruk van een kwieke, pünktlich Duits aandoende witteboordencrimineel op een boerenbruiloft, al zou hij die kwalificatie om meerdere redenen beledigend vinden. Want hij zit hier niet om wat hij heeft gedaan, maar om wie hij kent. “Er vallen dan ineens harde woorden als ‘criminele organisatie’ en ‘samenzwering’. Ik ben nog net geen terroristische cel”, mompelt hij door zijn masker heen. “Het is hier zwaar en je moet vroeg opstaan, maar toch ben ik blij dat ik hier zit. Niemand wil thuis wakker worden met een afgehakt paardenhoofd tussen de lakens.”

Anderzijds is Monsieur Claude hier om klinische redenen: hij is het slachtoffer van zijn eigen netwerkdrang. Achteraf bezien begonnen de symptomen al vroeg. Als tiener noteerde hij minutieus de personalia van iedereen die hij ontmoette: naam, leeftijd, favoriete dieren, verjaardag, hobby’s, vrienden en interesses. Op zijn kamertje hield hij wandvullende schema’s bij van iedereen die hij kende en hoe zij onderling met elkaar verbonden waren. Toen een klasgenootje in het diepste geheim een illegale abortus moest ondergaan, stond hij de volgende dag met bloemen en een fruitmand op de stoep. Het woord ‘Stalking’ was toen nog niet uitgevonden, maar nu zou hij erom zijn veroordeeld. Zijn studie Algemene Letteren duurde niet langer dan drie semesters, en is slechts een schimmige herinnering aan doorwraakte nachten aan de toog bij het corps, want “daar leer je mensen kennen”. Van een diploma is het nooit gekomen, maar hij kent de ledenalmanak nog altijd van buiten. Later, toen hij in de reclame naam maakte als ongeschoolde partner bij een groot bureau, bleek zijn gebrek aan vakkennis geen enkele belemmering voor succes: “Naarmate ik hoger op de ladder klom, werd mijn werk steeds socialer. Uiteindelijk vulde ik mijn dagen met waar ik goed in was: kletsen op recepties, smulreisjes en handjes schudden. Als je maar hoog genoeg stijgt, hoef je op niets meer te kunnen. Een goedgevulde rolodex geldt dan als brevet van expertise.”

Door zijn gebrek aan specialistische kennis was Claude moeilijk in een hokje te plaatsen, en hij bewoog zich met speels gemak tussen verschillende professionele werelden. Dagelijks nam hij een defilé af van jonge Rietveldcreatieven die met iedere conceptuele scheet bij hem aanklopten. Hij verblijdde de sociale wetenschap met publicaties als Waarom 55 procent van de reclame niet werkt, later gevolgd door Welke 42 procent van de reclame wél werkt, en hij accepteerde een communicatieleerstoel bij een luie vakgroep van een vooraanstaande universiteit – de enige bijzonder hoogleraar zonder academische graad. Hij ging uit jagen in Zuid-Afrika met politici en deelde een skybox in de ArenA met bankiers en makelaars. Hij nam zitting in adviesraden en accepteerde commissariaten, maar zijn sociale contacten explodeerden pas écht bij de introductie van webnetwerken. Monsieur Claude richtte een forum voor gefrustreerde professionals op dat nu wereldwijd miljoenen leden heeft. “Iedereen werd ineens bereikbaar. Ik voelde me een überconnector, maar in werkelijkheid groeide mijn netwerk me boven het hoofd”, fluistert Claude met spijt in zijn stem. “Er wordt wel eens gezegd dat mensen maximaal 150 contacten goed genoeg kunnen onderhouden om onaangekondigd en zonder gêne een biertje mee te drinken[iii], maar mijn ‘inner circle’ besloeg minstens het honderdvoudige, en dan tel ik mijn familie niet eens mee. Mijn netwerk dijde uit tot wereldomspannende proporties en toch bleef het soortelijk gewicht hetzelfde, waardoor de kwaliteit per contact zelfs afnam. Ik werd geleefd door steeds meer, maar steeds zwakkere relaties.”

Zijn psychologisch profiel spreekt van het Metcalfe-syndroom[iv], een relatief nieuwe aandoening, die onder hulpverleners ook wel netwerkverslaving wordt genoemd. “Ik kon geen onderscheid meer maken tussen intieme en oppervlakkige relaties”, zegt Claude. “Omdat iedereen in de toekomst wel eens van waarde zou kunnen zijn, behandelde ik zelfs de grootste losers in mijn netwerk als boezemvrienden. Je weet tenslotte maar nooit… Nog erger: ik zag het verschil tussen nuttige en schadelijke connecties niet meer. Ik bombardeerde mijn contacten met mailtjes en sms-bundels. In een grote Amerikaanse krant[v] ben ik afgefakkeld als opdringerige spammer en expansieve nietsnut, maar ik wilde niet erkennen dat er iets fout zat. Ik was er zelfs trots op en plaatste het artikel op mijn webprofiel. Ik had dagelijks contact met honderden msn-buddies terwijl mijn gezin onder mijn ogen verpieterde. Ik vrees dat ik ergens in de pipeline de verkeerde mensen aan elkaar heb voorgesteld. Dat ik ongewild als spil in duistere zaken heb gefungeerd. Mijn netwerk zou mezelf en anderen in mijn omgeving vooruit moeten helpen, maar uiteindelijk is het één grote krabbenmand gebleken: iedereen in de mand kan van elkaar profiteren, maar er hoeft nooit een deksel op: wie te hoog klimt, wordt door de anderen weer naar beneden gehaald. Uiteindelijk besloot ik hulp te zoeken, maar probeer maar eens uit een netwerk te komen! Er bestaat nog geen therapie voor. Vergevorderde zuipschuiten kunnen tenminste nog naar AA-bijeenkomsten, maar ‘Networkers Anonymous’ is per definitie een interne tegenstelling.”

Klik. Plotseling is de verbinding verbroken. Monsieur Claude lijkt het niet eens te merken en blijft stoïcijns in de hoorn praten. Pas als een bewaker naar hem toekomt om hem weer mee te nemen naar zijn prikkelvrije ruimte, ruikt hij onraad. Zijn hand perst zich nog vaster om de hoorn. Witte knokkels. Achter zijn masker schieten zijn ogen van de bewaker naar mij en weer terug. Geluidloos schreeuwt hij iets naar me door het kogelvrije glas als hij uit zijn stoel gehesen wordt. Ondanks zijn leeftijd verzet hij zich heviger dan de bewaker dacht. Hij breekt los en wil op me af springen, maar een tweede bewaker verspert zijn weg. Terwijl hij weggesleept wordt – terug naar de anonimiteit – maakt hij met zijn duim en pink een telefoongebaar. “We bellen”, liplees ik nog net voordat de deur achter hem dichtslaat. Zoals bij alle netwerkers heb ik het gevoel dat hij het belangrijkste nog moet vertellen…

Deze reportage verscheen eerder in Credits#3, 2006, themanummer ‘Netwerken’, Credit Media, Amsterdam.


[i] Naar Claude Khazizian, alias Monsieur Claude X, een gepensioneerde werknemer van het Franse paardengokbedrijf PMU. In 1995 bracht hij de Franse veiligheidsdiensten in grote verlegenheid door tussen 61 zwaarbewaakte staatshoofden te poseren voor de wereldpers tijdens de vijftigjarige bevrijding van Frankrijk. De gedistingeerde grijsaard is ook keuvelend vastgelegd met Sharon Stone en Michael Douglas op het filmfestival van Cannes (De Volkskrant, 27 september 1995).

[ii] Italiaans voor ‘horens’. Een groet met gestrekte wijsvinger en pink, waarbij de duim, middel- en ringvinger gesloten blijven. In het Nederlands wordt het gebaar ook wel ‘bokkegroet’ genoemd. Volgens complottheorieën wordt een soortgelijke groet gebruikt door de Vrijmetselaars, een geheim genootschap dat de wereld vanuit de schaduw zou regeren. De corna dateert uit de Griekse Oudheid, maar is sinds de jaren ’60 ook populair onder fans van rockmuziek. Daarnaast is het een rituele groet van de Phi Beta Sigma broederschap, opgericht in 1914 door drie studenten van Howard University in Washington, D.C. Onder de leden bevinden zich (ex-)staatshoofden, vooraanstaande wetenschappers, hooggeplaatste militairen en magistraten.

[iii] De Britse antropoloog Robin Dunbar ontdekte dat de sociale capaciteit van mensen afhankelijk is van de grootte van de neocortex – het deel van de hersenen dat complexe gedachten en redenering aanstuurt. Bij mensen ligt het optimum bij 147,8 ‘oprechte sociale contacten’. De eerste menselijke gemeenschappen hadden deze omvang en ook tegenwoordig wordt dit aantal nog steeds als ‘menselijke maat’ aangeduid. Grotere gemeenschappen vergen een hogere organisatiegraad, en zijn vaak hiërarchischer van opzet, waardoor de menselijke relaties verwateren en regels en instituties hun intrede doen (R.I.M. Dunbar, “Neocortex size as a constraint on group size in primates”, Journal of Human Evolution, vol. 20, 1992; Malcolm Gladwell, “The power of Context (part two)”, The Tipping Point: How little things can make a big difference, Abacus, Londen, 2000).

[iv] De wiskundige Robert Metcalfe ontwikkelde een formule om de waarde een (elektronisch) netwerk te berekenen. Zijn ‘Wet van Metcalfe’ stelt dat de waarde van een netwerk gelijk is aan het kwadraat van het aantal gebruikers. Als een netwerk n gebruikers telt, is de waarde van het netwerk n2. de formule wordt vaak toegelicht met het voorbeeld van faxapparaten: één fax is volstrekt nutteloos, maar met iedere nieuwe faxgebruiker stijgt de waarde van het netwerk. Latere herzieningen zijn iets voorzichtiger: omdat een persoon zich niet aan zichzelf kan koppelen, is de toegevoegde waarde van een netwerk met n gebruikers niet n2 maar het aantal verbindingen binnen het netwerk: n(n-1)/2.

[v] In mei 2005 schreef een columnist een bijtend verslag van zijn emailcorrespondentie met Monsieur Claude in The Washington Post. Hij wilde vooral weten waarom uitgerekend hij was uitverkoren tot nieuwe, exclusieve vriend van Monsieur Claude, want ze hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het antwoord kwam bijna als een politiek excuus: “I’ve always been rather industrious in data-basing journalists’ contact data (but I don’t recall when I stored yours).”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: