Het verraad van Bashir

Illustratie: Arjen van Lith

De documentaire Living with Michael Jackson van BBC-interviewer Martin Bashir over Michael Jackson heeft de discussie over de geestelijke vermogens van de superster opnieuw doen opvlammen. Sinds de uitzending van 4 februari maken journalisten, fans en vrijetijdspsychologen zich ieder voor zich zorgen om zijn gezinssituatie, zijn bedgenoten, zijn neus, kin, jukbeenderen, oogleden en zijn emotionele evenwicht. Bashir, bekend van zijn interview met Lady Diana, liep acht maanden mee in Jackson’s entourage en ondervroeg hem meerdere malen. Vanaf het eerste moment was duidelijk dat hij geen interview voor ogen had, maar een inspectie, geen portret maar een profiel, bedoeld om sensatie op te roepen en te schokken.

Jackson heeft gelijk als hij zich door de documentairemaker verraden voelt. Martin Bashir bedient zich van zeer bedenkelijke technieken om het beeld van Jacko als ongelukkige gek opnieuw te bevestigen. Zijn gebruik van suggestieve voice-over waar hij het beeld van een valse emotionele laag voorziet, zijn verontwaardigde overpeinzingen in de auto en zijn gespeelde bezorgdheid om Jackson’s kinderen plaatsen Jackson in een licht dat hij niet verdient. ‘Goede televisie’, moet Bashir gedacht hebben toen hij het ene na het andere ziektebeeld – narcisme, pedofilie, manische depressie, megalomanie – op hem projecteerde. Toegegeven, Michael Jackson is niet normaal, maar dat is nu juist zijn aantrekkingskracht. Michael is special. Juist omdat hij zo duizelingwekkend anders is wordt hij aanbeden over de hele wereld. Vanaf zijn bizarre kinderjaren heeft hij een omgeving voor zichzelf gecreëerd waarin alleen hij zich thuis voelt. Neverland mag dan voor ons stervelingen aandoen als een dystopisch luchtkasteel; voor hem is dát de realiteit. Hij had net zo goed op Mars kunnen wonen, want Michael Jackson is niet van deze wereld. Dat maakt hem – ongeacht leeftijd of muzieksmaak – voor iedereen fascinerend. Hij is de eerste alien op aarde.
Toch doet Bashir verwoede pogingen hem terug te trekken naar de grond, naar de realiteit van alledag, en legt daarmee keer op keer de botte bijl aan de wortel van Jackson’s sterrenstatus. Tot drie maal toe stelt hij de onnodig platte en retorische vraag of ‘het normaal is voor een man van 44 om te slapen met jongetjes van twaalf’. Inderdaad, het is niet normaal. Die term is nog nooit op Michael Jackson van toepassing geweest. Maar Jacko trapt in de val en benadrukt de onschuld van zijn logeerpartijtjes. Ik ben niet zijn advocaat en ook geen psychiater, maar ik meende duidelijk te zien dat zijn zonderlinge wereldbeeld eerder naïef aandoenlijk dan verontrustend is. Hij staat dichter bij het kind dan bij de manipulieve seksuele agressor. Aan het begin van de documentaire zegt hij het letterlijk: ‘Ik ben Peter Pan’, de eeuwige jeugd. Hij lijkt er zelfs op. Die neus. Hij is een stokoud Disney-figuurtje geworden, een intens vermoeid kind dat meer weg heeft van een slachtoffer dan van een zedencrimineel. Dat Michael Jackson zijn lakens openslaat voor jonge jongetjes onderstreept niet zozeer een seksuele frustratie, maar eerder zijn gekozen zelfbeeld van altruïstische weldoener. Het bewuste bedgenootje, de twaalfjarige Gavin, zweert dat de ster met zijn gezelschap, vrijgevigheid en opoffering wezenlijk heeft bijgedragen aan zijn genezing van kanker: Jackson sliep op de grond en zijn vriendje werd gezond. Om dan toch maar een diagnose te stellen: Jacko is niet Wacko, maar heeft een Messias-syndroom.

Op 5 februari 2003 stelt journalist Ros Coward in The Guardian dat niet Jackson gek is, maar het dolgedraaide systeem van dollars en maakbaarheid waarin hij zich beweegt. Hij zou een karikatuur van een losgeslagen systeem zijn. Coward illustreert deze stelling met Michael’s ‘smakeloze aanpak’ om een gezin ‘aan te kopen’ en noemt deze symptomatisch voor ‘onze meer problematische Westerse waarden’. Hij gaat er gemakshalve aan voorbij dat deze methode van gezinsvorming tot veler geluk dagelijks wordt toegepast en op geen enkele wijze de waarde van menselijk leven ondermijnt. Toen Jackson schutterend zijn jongste telg Blanket probeerde te voeden onder een groene vitrage, was Bashir er als de kippen bij om dit onthutsende stukje ouderschap minutieus in beeld te brengen. Inderdaad, het zag er uit alsof Jackson voor het eerst in zijn leven een kind op schoot had. Gelukkig betalen zijn ‘schaamteloze dollars’ genoeg personeel om die onwennigheid te compenseren. Feit is dat het Prince Michael I, Paris en Dekentje aan niets zal ontbreken en dat ze nooit een normaal leven zullen leiden. Maar het is wreed om op grond daarvan iemand van kinderen te onthouden, en het is ongepast om zwaarbevochten individuele vrijheden af te doen als het ‘in bescherming nemen van de waanzin’.

Jackson’s transformatie van zwart naar blank – ik meende ook Aziatische trekken te zien – zou volgens Coward beantwoorden aan een ‘onderbewuste wens van het Westerse imperialisme’: het streven naar assimilatie van een onderdrukte minderheid. Welja, dat kan er nog wel bij. Zijn muziek is anders nog behoorlijk zwart, en bovendien is Condoleeza Rice – de seksloze Darth Vader van de regering Bush – een treffender representant van een dergelijk gedachtengoed.

Het is duidelijk dat Jackson glashard liegt over zijn cosmetische operaties. Maar wat doet het ertoe? Wat maakt het uit of hij twee of twintig ingrepen heeft ondergaan en met welke reden? Het lijkt echter evident dat Jackson zich achter de wereldopinie schaart en zelf ook niet volledig tevreden is met het resultaat. Dat is op zich droevig genoeg. Als zijn gelaat dan toch aan een inhoudsanalyse moet worden onderworpen, dan lijkt het een ontroostbaar pierromasker, samengesteld uit elementen van alle wereldrassen en daarmee onherkenbaar.

Uit Jackson’s gezicht spreekt zijn enige echte lijden: zijn kinderlijke behaagzucht. Het pretpark in Neverland, zijn liefdadigheidswerk, zijn aandacht voor jonge verschoppelingen, zijn zegeningsdrang, de toenemende vervlakking in zijn muziek, zijn kin; stuk voor stuk pogingen om iedereen aan te spreken, iedereen aan te raken. Door zijn immense succes is de hele wereld zijn publiek geworden. Jackson is voor elk wat wils en daarom niemand meer. Een hologram. Aan het eind van de documentaire zei hij twee kinderen van ieder continent te willen adopteren en hij huilde om de ‘human condition’, het menselijk welbevinden en de verschraling van het gezinsleven. ‘That’s very important, Martin.’ Hulpverleningsorganisaties zullen huiveren, maar het beantwoordt exact zijn globale proporties en planeetomspannende aspiraties. Het niet normale kind, de eeuwige uitzondering streeft een unversaliteit na die hem alleen nog maar verder vervormt. Iedere keer dat Michael Jackson in aanvaring kwam met Bashir’s opvatting van het normale, werd hij nerveus en gaf hij een rare draai aan de waarheid. Waarom? Michael Jackson is royalty, de King of Pop. Adel verontschuldigt zich niet en zoekt geen uitweg in een leugen. Ook niet in een smakeloos kruisverhoor.
Wanneer realiseert hij zich hoe controversieel hij is? Bij de sarcofaag van Toetanchamon riep hij dat hij nooit begraven wilde worden: ‘I want to live forever.’ Hij zei het lachend, ontspannen, en hij meende het. Een ongewoon mens in gewone doen. Dat is betere televisie. In plaats van ‘it’s all lies and ignorance’ zou Michael Jackson met het adagium ‘it is all true and you know it’ weer enige kleur, wat meer smoel krijgen.
Want ik ben toch blij dat hij bestaat.

Dit artikel is op 13 februari 2003 verschenen in Het Parool.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: