Ik word beveiligd, dus ik besta

illustratie: Arjen van Lith

Wat nu volgt, dient strikt geheim te blijven. De informatie die kwaadwillenden uit deze tekst zouden kunnen destilleren, is in potentie dodelijk voor de centrale figuur in dit artikel. We noemen deze persoon voor haar eigen veiligheid Suzan, maar haar ware identiteit dient onder alle omstandigheden verborgen te blijven. Suzan wordt bedreigd, en niet zo’n beetje ook. De exacte reden daarvoor mogen we hier niet noemen, maar Suzan heeft het voor elkaar gekregen om praktisch elke fundamentalist tegen zich in het harnas te jagen: christelijke en islamitische geloofsfanaten strijden zij aan zij met extremistische dierenactivisten om haar persoonlijk aan de haren naar de hel te slepen. Op anarchistische websites zinspelen linksradicalen openlijk op een ‘Kostootje’*, en in rechtsnationalistische hoek worden de messen geslepen om haar ‘verraad’ te wreken.

Suzan is columnist. Ze heeft het doorgaans over uitgaan, Bekende Nederlanders en mode, maar in een spaarzaam moment van maatschappelijk bewustzijn schreef ze op een woensdagmiddag drie maanden geleden een  geëngageerde column. Nogmaals, de inhoud wordt hier niet prijsgegeven, maar het stukje was explosief genoeg om twee dagen na publicatie een evacuatieplan in werking te stellen. Suzan werd uit haar etage in Amsterdam-West ontzet door een SWAT-team van de nationale terrorismebestrijding.

Haar eindredacteur, een schooierig type van tegen de vijftig met een nekhernia van het knikken, bezweek twee dagen na publicatie onder de hatemail. Op de website van het bewuste damesblad verdedigde hij halfhartig de vrijheid van meningsuiting, maar binnenskamers liet hij Suzan subiet uit het pand verwijderen. Vanaf dat moment was Suzan vogelvrij.

Ik ontmoet Suzan na een uitgebreide security check in een penitentiaire inrichting, waar ze voor vannacht is ondergebracht. Ook hier mag de exacte locatie niet worden prijsgegeven; het is een penitentiaire inrichting zoals alle andere: rond een wachttoren in het midden van het complex stapelen rijen cellen zich op. “Ik weet gewoon zéker dat het niet aan de kwaliteit lag”, schreeuwt Suzan in haar mobieltje. “Ik durf tenminste te zeggen waar het op staat, óók op het gebied van accessoires!” Ze zit met haar benen over elkaar in een verlaten celblok, haar deur op een kier. Buiten staat een tweetal veiligheidsmedewerkers te posten: enorme, identieke kleerkasten, uitgevoerd in zwarte pakken, kale hoofden en een oortje. Er zijn geen pistolen of wapenstokken zichtbaar, maar volgens Suzan zijn ze tot de tanden toe bewapend. “Vak geleerd in Irak en Afghanistan. Ik denk niet dat er betere bewaking rondloopt dan mijn jongens. Nou, ok, de Zwitserse Garde misschien. In die pyama’s”, zegt ze niet zonder trots.  Ze draagt een witte bloes, de kraag strijdbaar omhoog gestoken, de mouwen opgestroopt. Op de knieën van haar zwarte broek zitten stofvlekken, alsof ze net onder het bed vandaan is gekropen om me te ontmoeten. Ze is een lenige, lichtvoetige verschijning, met grote ogen als van een bedreigde diersoort met te veel natuurlijke vijanden. Ze kijkt zelfverzekerd, zelfs een beetje triomanftelijk, maar haar nervositeit is bijna aanraakbaar en ze verspreidt een – niet onaangename – zoetzure lucht van dure parfum en zweet. We gaan zitten aan een stalen tafel waarvan de poten aan de grond zijn vastgeschroefd. “Wil je koffie?” Ze wenkt een bewaker, die even later terugkomt met twee plastic bekertjes zwarte filterkoffie uit de automaat. “Denk eraan, geen suiker en melk, mevrouw”, zegt hij tegen haar en neemt eerst zelf een slokje uit haar beker. Ik aarzel om de tweede beker aan te pakken. Heeft hij ook van mijn koffie geproefd? Beelden van een stervende Alexander Litvinenko in een groen ziekenhuisnachthemd glijden mijn hoofd binnen, maar Suzan neemt zonder schroom een flinke slok. “Ik vertrouw mijn voorproevers volledig.” Ze ziet mijn aarzeling. “Je moet ook wel, anders word je gek. En broodmager. Bovendien: het is protocol.”

Op de vensterbank, achter de tralies, staan wat foto’s van haar broer, haar ouders en van wat vrienden, op vakantie in Griekenland. “Vroeger had ik niet eens een agenda, laat staan een protocol”, zucht ze. “Maar ik heb het ervoor over. Het gaat om het idee: het is een schande dat tijdschriften, maar ook kranten en televisieprogramma’s geen stelling nemen tegen het huidige intolerante klimaat. We moeten ineens weer in debat met de meiden van halal of dominee Doornbos, over zaken die we allang geregeld hebben: vrijheid van meningsuiting, alternatieve levensstijlen, gelijkheid tussen man en vrouw, bont, een getailleerde burka. Omdat een paar psychoten daar moeite mee hebben. Opiniemakers stoppen met hun werk uit vrees voor hun leven. Nou, ik laat me niet knevelen. Niet door extremisten, maar ook niet door bange poeperds die met samengeknepen billen een modeblad denken te kunnen maken. Juist nu is de controverse het nieuwe kwaliteitskeurmerk! Ik denk dat ik ook een film ga maken… of anders een eigen lingerielijn.”

Iedere twee weken ontvangt Suzan een strikt vertrouwelijke briefing van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding over haar veiligheidssituatie, die alleen door haar en haar executive protection team mag worden ingezien. Op basis van die analyse en haar persoonlijke agenda wordt een beschermplan opgesteld dat ieder moment aangepast kan worden aan elke mogelijke acute situatie. Tijdens internationale spreekbeurten is haar beveiliging vrijwel onzichtbaar, maar op vliegvelden wordt ze omstuwd door een ondoordringbare massa spierbundels in kevlar. “Vroeger begon ik de dag in stilte met een kop koffie. Nu begin ik de dag met een vergadering. Alles moet voorbereid worden, want elke stap die ik zet, wordt door veertien andere mensen ook gezet”, zegt Suzan. “Drie officials verkennen eerst de route en rapporteren aan het konvooi, drie anderen regelen de logistiek, vijf zetten die stap tegelijkertijd met mij en nog eens drie bewaken de achterhoede. Mijn hele leven is ingericht in ringen: de binnenste ring is alleen toegankelijk voor intimi en gescreende mensen waarmee ik een afspraak heb. In de buitenste ring kom ik zelf bijna nooit meer. Het is veel te lang geleden dat ik zomaar, impulsief een paar schoenen heb gekocht.”

Ik neem nog een slok lauwe koffie en zie dat een bewaker zijn hoofd even naar binnen steekt. Suzan geeft hem een knipoog. Op het bed liggen een topje, een jasje en een uitdagend kort rokje, allemaal zwart. “Moet straks naar Jeroen Pauw in Amsterdam. En Witteman”, verklaart ze. “Marco Borsato komt ook.  Het is een late night talkshow, maar mijn mensen zijn al vanaf vanmiddag twee uur bezig. Je wil niet weten hoeveel moeite het kost om gezonde normen en waarden behoorlijk over het voetlicht te brengen. Rokje niet te kort?”Ik knik. “Het is hun werk, maar soms heb ik het wel te doen met mijn bewakers. Zoveel gedoe, zoveel manuren voor één vrouw… respect. Respéct! Maar íemand moet opkomen voor de  vrijheid van meningsuiting,toch?

Suzan stift haar lippen. Het is tijd om het gesprek te beëindigen. “Ik zal blij zijn als ik deze trieste plek weer kan verlaten. Hier is zelfs geen terminale Anne Frankboom te bekennen”, zegt ze tegen een klein handspiegeltje. “Ik slaap nooit langer dan twee nachten in hetzelfde bed.”Ze klikt het spiegeltje dicht en kijkt me aan. Ze lijkt trots te zijn op die laatste opmerking. Ik vraag wie haar torenhoge beveiligingskosten eigenlijk betaalt en haar vers geverfde lippen trekken strak. “Daar bestaan potjes voor”, antwoordt ze kortaf. Stilte. Om haar niet aan te hoeven kijken, dwalen mijn ogen door de cel. Koffers met kleren, overal kleren, een beauty case. Op tafel een iBook, een stapel tijdschriften, een schriftje met een leren kaft, een etui met pennen en twee tampons. “Je moet niet denken dat dit tijdelijk is”, zegt ze met een fermheid die ik nog niet eerder heb gehoord. Mijn blik blijft schaamtevol rusten op het schriftje met de leren kaft. Er staat een hartje in gekrast. “Ik word met de dood bedreigd”, vervolgt ze. Daar buiten zijn mensen – massa’s mensen – die mij willen stenigen, kruisigen of wat dan ook. Ik ben hét boegbeeld van de vrijheid van meningsuiting. Dat is mijn toegevoegde waarde. Daar ben ik trots op, ondanks de gevolgen. Mijn beveiliging houdt de dreiging in stand en andersom. Dit is geen ‘incident’ dat vanzelf weer voorbij trekt; dit is een manier van leven, begrijp je dat?!”

Zonder iets te zeggen staat ze op en loopt haar cel uit. Het is afgelopen. Suzan is weg en zal nooit meer naar deze plek terugkeren. De bewakers lopen achter haar aan, op weg naar de uitgang, richting een mediamoment. Ik blijf alleen achter in de lege cel en kijk naar het hartje op de kaft van het schriftje. ‘I love me’ staat eronder geschreven. Ik kijk en vraag me af wie er meekijkt.


* Aad Kosto, voormalig staatssecretaris van Justitie en belast met het asielbeleid, bleek op 13 november niet thuis toen een bom zijn huis in Grootschermer in puin  blies. De aanslag werd toegeschreven aan de actiegroep RaRa, die het voordien vooral gemunt hadden op Shell tankstations vanwege handel met Zuid-Afrika. De poes van Aad Kosto werd wonder boven wonder ongedeerd – en licht geërgerd – uit de smeulende resten opgevist.

Deze reportage is eerder verschenen in Credits#4, 2007, themanummer ‘Risico’, Credits Media, Amsterdam.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: