De verliezer (een dankwoord)

Fotografie: Allard de Witte

“En de winnaar is…”

Hij was al opgestaan. Te vroeg opgestaan en toen kon de  Bureauman niet meer terug. Een beginnersfout. Jezus Christus, de hele zaal heeft hem uit zijn stoel zien oprijzen zoals hij het thuis geoefend had: naturel verrast, de ene hand voor de mond geslagen en de andere zoekend naar die van Stella, zijn vrouw. Zijn rolmodel – want zo leerde hij het gemakkelijkste, door imitatie – was Jeremy Irons toen die totaal onverwacht een Oscar won voor zijn rol in Reversal of Fortune. Minstens zo Brits zou hij langs de stoelen schrijden, links en rechts handen schuddend, met een gedistingeerde glimlach en grote, jeugdige ogen van ongeloof.  Vitaal en lichtvoetig zou hij het podium bestijgen, in het licht, en dan zou hij het woord nemen. Bescheiden, eloquent, geestig en dankbaar.

Het was de belangrijkste reclameprijs van het jaar, dus had hij, op aandringen van zijn dochter, een nieuw pak gekocht in dat gekke boetiekje in de Jordaan waar álle kunstenaars en mediajongens hun kleren kochten. De verkoper, waarschijnlijk ook de eigenaar, was een boomlange hofnar van middelbare leeftijd die zich van top tot teen had uitgedost in zijn eigen collectie. “Aaaaaah, ik zie het al!”, kraaide de verkoper uitgelaten terwijl hij op zijn hakken naar de Bureauman draaide. “Een kontje 52. Meneer heeft een feestje? Pardon, een gááála? Nou, dan gaan we voor een echte gobelin.” De couturenar schuifelde in een petit allegro naar de Bureauman toe en zwierde met een klassieke port de bras een luidruchtig geborduurde pantalon over de deur van de paskamer. “Sommige mannen weten van iedere vrouw exact de cupmaat, ik heb dat met herenbroekjes. Ieder zijn talent toch?”, kwetterde hij door het boetiekje, terwijl hij een kanariegeel zijden hemd met bladgoud overhandigde. “Kijk. Dat vind ik dus leuk. Van onderen een Middeleeuws jachttafereel en van boven lekker zonnig… Je bent best bruin voor februari, dus het mag knallen.” De Bureauman was het roerend het met hem eens geweest. In de maand vóór het prijzengala had hij zes keer onder de zonnebank gelegen. Van de blaren in zijn hals was weinig meer te zien en met een beetje mazzel haalde zijn diepbruine zomerhoofd de rode loper voordat de vellen erbij hingen. Hij was wat ouder misschien, maar weer net zo blond en bijna net zo slank als toen hij in de jaren ’70 furore maakte als hippe art-director en de ene award na de andere prijs binnenhaalde. Hij inspecteerde zichzelf in de spiegel. Een farao… Inderdaad, het was tijd om weer te knallen. “Nu kan er niks meer fout gaan”, fluisterde hij tegen zijn spiegelbeeld en stak zijn armen in een gifgroen geruit tweedjasje.

Hij had zijn dankspeech extra groot uitgedraaid, op anderhalve regelafstand, zodat hij de tekst desnoods zonder Varilux kon lezen. Vóór het schrijven had hij eerst nog even de klassieke retorica doorgenomen en zijn kaaklijn bestudeerd in de zonnenbril van Li Mi, zijn maîtresse. Hij zou haar graag hebben meegenomen naar het gala, liever dan zijn vrouw, maar dit was een officiële gelegenheid waarbij hij niet met een Vietnamees seksslavinnetje kon aankomen. Ter compensatie had hij haar een kralenketting gegeven en alvast een stukje voorgelezen op haar balkon in de Pijp. Alleen de opening, want zo hield hij het spannend.

Dames en heren, hooggeleerde leden van de jury, ik… [pauze om verbijstering kracht bij te zetten]… Ik weet niet wat ik moet zeggen. Daarom heb ik iets op papier gezet, want een brief bloost niet. [Applaus +5 seconden. Leesbril uit binnenzak]

Li Mi zat nog niet zo lekker in haar Nederlands dus doorspeechen was zinloos, maar van die luttele beginregels had ze rode oortjes gekregen en de Bureauman las in haar versnelde ademhaling een bevestiging van zijn aanstaande overwinning. “Ik zal het kort houden”, zei hij terwijl hij zich over haar heen boog. “Maar sta me toe om een paar ogenblikken mijn dankbaarheid met u te delen.”

[Applaus]

De Bureauman, vader van twee kinderen en grootvader van één, eigenaar van een succesvol, full-service reclamebureau in hartje Amsterdam, trotse bezitter van een Hummer en een Jaguar XK8 cabrio, twee keer getrouwd, baas van zestig medewerkers en zwetend als een otter in zijn wollen colbert, was te vroeg gaan staan. Vlak vóór het moment dat de schnabbelende presentator – een afgeleefde ex-soapie met een drugsprobleem – de envelop openscheurde om de winnaar bekend te maken, in plaats van erna. Heel even, in die stilte naar het verlossende woord waande hij zich een zonnegod die zich openbaart aan zijn aanbidders om hun offer in ontvangst te nemen.

Fotografie: Allard de Witte

[Heft hand op, maar het applaus houdt aan]

Het is een grote eer om hier te mogen staan, omringd door mijn collega’s, mijn meest kritische publiek. En hoewel ik hier sta en u daar zit, ben ik hier niet alleen. Want succes heeft vele vaders… en moeders [gelach]… en nichten. [Knipoog naar Jop van Bennekom. Meer gelach, +5 seconden]

“(…)“, riep de opgebrande ex-soapie en gebaarde met de envelop richting de derde rij. De Bureauman had het niet goed gehoord. Dat kon de besten overkomen. Zijn hand fladderde nerveus achter hem op zoek naar Stella, maar kon haar niet vinden. Hier ging iets niet goed… Er ontstond beweging rechts van hem. Mensen omhelsten een in tule gewikkeld meisje met turqoise haar en een gezicht vol piercings. Er klonk een overwinningsmuziekje. De Bureauman was in verwarring, en hij was niet de enige. Zijn naam was niet genoemd. Dat was zeker, maar doordat hij was opgestaan, had de volgspot hem wel weten te vinden.

Badend in het licht stond hij voor zijn stoel, zachtjes heen en weer wiegend, zoekend naar evenwicht. Zijn overhemd schitterde in het licht. Hij was de verliezer maar had alle ogen op zich gericht. De zaal, vol met mensen die hij kende, had ontslagen of geholpen, gonsde van plaatsvervangende schaamte. Sommigen wezen naar hem en lachten. Wie wel gewonnen had, was hem een raadsel, maar daar ging het nu niet om. Nu was het zaak om zo snel mogelijk te verdwijnen. Te verdampen. Toen de volgspot eindelijk wegzwenkte naar het tulemeisje, zette de Bureauman het op een lopen.

[Applaus +15 seconden]

In het herentoilet dringt het geklap en de muziek nauwelijks door. Alleen de kraan drupt. De Bureauman gooit een handvol koud water over zijn gezicht en kijkt op in de spiegel. Een hologig, leerachtig babyboomhoofd kijkt terug, omlijst met druipende slierten herfstblond haar. Een afgespoelde mummie. Het koude water brengt hem terug in de realiteit waaruit hij zojuist in ganzenpas was weggevlucht: ouwe kop, wijkend tandvlees en geen prijs.

Vreemd, ik voel niets, denkt de bureauman, verbaasd over de watten in zijn hoofd – zijn shocktoestand? – en staart in zijn eigen ogen, steeds dichter bij, totdat zijn voorhoofd tegen de koude spiegel blijft rusten. “Ik voel niets”, zegt hij nu hardop. Zijn stem weerkaatst schel tegen de tegelmuren van het toilet.

[… Ik voel niets] dan intense blijdschap dat ik hier vanavond deze prijs met u mag vieren. Het was een lange weg, maar Aken en Keulen zijn ook niet op één dag gebouwd. En zeker niet zonder hulp. Daarom wil ik graag diegenen bedanken die in me bleven geloven, ook toen het moeilijk was. Ook wanneer ik misschien dingen heb gedaan waar ik later spijt van kreeg. [Verheft stem boven aanzwellend applaus en maakt bezwerend armgebaar] Nee, júist wanneer ik een – en ik citeer – ‘insensitieve proleet’ was die ‘de boot naar moderne marketing – pardon, moderne bescháving – definitief gemist had’. [Knikt grinnikend rond. Gelach/applaus +5 seconden] Ik wil daarom eerst en vooral de klant bedanken voor zijn geduld. Het is niet makkelijk om trouw te blijven nadat je bijna bent gewurgd met een telefoonsnoer, maar direct na mijn straatverbod zijn we draadloos te gaan! Kijk. Dat, dames en heren, heet samenwerking. En dat kunnen alleen de allergrootsten.

[Applaus]

De bureauman schrikt op van lawaai op de gang. Snel schiet hij een toilethokje in en draait het deurtje op slot. Op de vloer naast de pot staat een fles bleekmiddel waar hij twintig jaar geleden zijn laatste prijswinnende campagne voor bedacht had, toen hij nog kon lezen zonder bril en niets nog interactief was… Van achter de toiletdeur hoort hij de rits van twee gulpen opengaan, vergezeld van het steunende geluid dat middelbare mannen soms onbedoeld maken als ze alles laten lopen. De Bureauman houdt zich muisstil. Ongelofelijk toch, hoe rustig en alert hij nog is, verwondert hij zich. Vroeger zou hij de hele wc hebben verbouwd. “Ik voel niets”, prevelt hij nogmaals onhoorbaar tegen zichzelf alsof hij een ban wil doorbreken, maar hij houdt onmiddelijk zijn adem in als de twee plassers beginnen te praten. “Wat schuift dat nou, zo’n award?”, vraagt Plasser 1. “Wat zeg je?”, roept de ander boven een oorverdovende, porceleinvergruizende plasstraal uit waar de Bureauman in zijn hokje onwillekeurig jaloers op is. “Of dat nog wat oplevert! Die ouwe van zonet zat wel heel erg te springen om zo’n ding, leek het. Wordt daar nog voor betaald?”, schreeuwt Plasser 1 terug, maar de hogedrukstraal van Plasser 2 houdt halverwege zijn zin net zo abrupt op als hij begon. “Schreeuw niet zo, man.” Rits. “Betalen heeft geen enkele zin. De winnaar van volgend jaar staat nu al vast. Hier worden de transfers voorbereid, uitonderhandeld en beklonken. Lees volgende week maar in AdFormatie. Denk je nou echt dat we dat aan een vakjury – hij sprak het woord uit alsof hij ‘Eichmann’ bedoelde – overlaten? Of erger nog, aan het sms-publiek? Kom, uitgedruppeld? Pakken we nog een biertje en die accountheks.” Rits. Geen handen wassen. Dan de deur. Dan stilte.

Fotografie: Allard de Witte

(…)

De Bureauman zit alleen met lege handen op de achterbank van een taxi. Geen idee waar Stella is gebleven. De stad glijdt voorbij. In het nachtelijke, beregende zijraam van de Mercedes ziet hij zijn reflexie. Doodop.  Zijn gobelin pantalon heeft vieze knieën en hij heeft een zurige smaak in zijn mond. Heeft hij gehuild? Hij kan het zich niet herinneren, maar zijn ogen prikken en zijn rood omrand.

[Stoplicht, +10 seconden. ]

“Hey man. Was je op dat dure feest?” De chauffeur, een gedrongen surinamer met een leren jack en een stoppelbaard kijkt met samengeknepen ogen door de achteruitkijkspiegel naar het gouden shirt van de Bureauman.

Gala. Het was een prijzengala.

“Ok ok, gala”, mompelt de chauffeur. Op het naamplaatje aan het dashboard staat ‘Farello van Tilburg’. “Nog wat gewonnen? Vette doekoe in da pocket?” De taxi maakt een plotselinge uitwijkmanoeuvre langs twee fietsers, Farello scheldt en de Bureauman wordt door de auto geslingerd, maar hij voelt zich kalm. Vreemd kalm.

Het was een prijzengala, maar ik heb niets gewonnen. Er was zang en dans, en hoe heet die presentator uit gtst, maar ik heb de hele avond op de wc gezeten.

[Stilte met autoradio, +10 seconden]

“Zeg, ben je dronken ofzo..? Geen gekots in mijn auto hè, want ik maak je kapot!”, schreeuwt Farello en kijkt vervaarlijk in de spiegel. Normaal zou dit voor de Bureauman een moment zijn geweest om uit te stappen en ander vervoer te zoeken, maar nu kijkt hij alleen maar terug. Farello draait de Ferdinand Bolstraat op.

En ik heb ook geen geld – sorry, doekoe – bij me, want ik ben weggegaan zonder jas. En als je het echt weten wilt: zelfs mijn vrouw is spoorloos, maar ik vind het niet erg. Ik wil haar juist bedanken dat ze zonder mij is weggegaan, dat ze niet meer in me gelooft. Ik wil iedereen bedanken die de ballon heeft helpen doorprikken. Mijn vrouw, collega’s, de vakjury… het publiek, jou. Ik wil jou bedanken dat je me naar mijn meisje brengt. Niet mijn vrouw maar mijn meisje, snap je? Mijn trofee. Ik kan me niet met haar vertonen, maar toch – of juist daarom – wil ik bij haar zijn. Omdat ze me begrijpt zonder me te verstaan en de valse lucht uit me laat ontsnappen. Omdat ik met haar niets te verliezen heb.

Farello stopt voor een rood licht en draait zich om naar de Bureauman. “Hé gast.” Hij draait de muziek uit en de stilte van vroege ochtend vult de auto. (…)  “Voel jij je wel helemaal lekker?”

Ik voel niks.


Dit verhaal is eerder verschenen in Credits#2, 2008, themanummer ‘Prijzen’, Credits Media, Amsterdam.

De foto’s maken deel uit van de serie Route Remeron, door Arjen van Lith, over een gewone werkdag tijdens de neergang van de briljante reclamestrateeg D., die jammerlijk ten prooi viel aan de machinerieën van ‘het bureau’. Een aantal foto’s uit Route Remeron is eerder verschenen in de ReclameRevu (Sanoma, 2005).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: